Rekenkamer: voor veel Rotterdammers is ‘Hulp buiten bereik.’

Conclusies en aanbevelingen uit het rapport

  1. Een belangrijke reden voor het feit dat de gemeente er niet in is geslaagd het aantal inwoners met problematische schulden omlaag te brengen, is dat schulddienstverlening deze inwoners onvoldoende bereikt. In 2015 diende slechts 2.100 (8%) van de ongeveer 27.000 Rotterdammers met problematische schulden een aanvraag in bij de Kredietbank Rotterdam (KBR) voor een schuldregeling.
  2. De volgende factoren dragen eraan bij dat in 2015 slechts 8% van de inwoners met problematische schulden een aanvraag indiende voor een schuldregeling: a. het aanvraagproces is te complex, en b. Deze inwoners hebben veelal individuele professionele hulp nodig om tot een aanvraag voor een schuldregeling te komen, maar krijgen die hulp meestal niet.
  3. Woningcorporaties en waterbedrijf geven signalen door aan de gemeente over inwoners met problematische schulden. De gemeente biedt die inwoner
  4. De gemeente beoogt een integrale aanpak van schuldproblemen, waarin onder meer wordt gewerkt aan gedragsverandering van inwoners met problematische schulden. De gemeente heeft echter niet bewerkstelligd dat uitvoerende organisaties (zoals wijkteams en welzijnsorganisaties) in de praktijk voldoende en adequaat aan gedragsverandering kunnen werken.
  5. De gemeente monitort de resultaten van de organisaties die cliënten naar schulddienstverlening leiden (Vraagwijzer, welzijnsorganisaties en wijkteams) niet of nauwelijks. Hierdoor heeft het college niet of nauwelijks inzicht in deze resultaten en onvoldoende inzicht op welke onderdelen de toeleiding verbeterd moet worden.
  6. Het is te verwachten dat ook het schulddienstverleningsbeleid 2016-2019 weinig zal bijdragen aan het omlaag brengen van het aantal inwoners met problematische schuldproblemen. De factoren die het bereik van schulddienstverlening en een integrale aanpak van schuldproblemen belemmeren, worden namelijk onvoldoende onderkend en/of aangepakt.
  7. Het college heeft onvoldoende gewaarborgd dat adequaat verantwoording kan worden afgelegd over de resultaten van het schulddienstverleningsbeleid 2016- 2019. Zo zijn in het nieuwe beleidsplan geen meetbare doelen en nauwelijks concrete maatregelen geformuleerd en moet de methode om de resultaten te monitoren nog worden ontwikkeld. Het college heeft aangekondigd dat in maart 2017 een uitvoeringsplan aan de raad zal worden gestuurd, maar het is niet duidelijk of dat plan wel meetbare doelen zal bevatten.U kunt hier het rapport lezen.