Carlos

Hoewel ik op Katendrecht geboren ben, ben ik geen échte Rotterdammer. Mijn moeder kwam van Noord en mijn vader is een Spanjaard. Hij woonde boven een kroeg op Katendrecht en mijn moeder werkte beneden in die kroeg. Achter de bar ben ik geboren.

Op school ben ik niet vaak geweest. Op straat was het echte leven, daar leerde ik meer dan uit de boeken. Je moet niet vergeten dat Katendrecht de hoerenbuurt was. En daarin opgroeien… het  was een snelcursus. We handelden op straat: auto’s, horloges, kleding, sigaretten. Ik mis die tijd nog.

Mijn vader is terug gegaan naar Spanje. Hij had daar nog een gezin met kinderen, mijn halfbroers- en zussen. Een beetje raar verhaal. In 2007 heb ik ze voor het eerst ontmoet. Er was gelijk herkenning. Ze vertelden mij dat ik heel erg op mijn vader leek. Ik zag er in die tijd goed uit, lekker bruin, en ik liep in mijn Spaanse kleding met zo’n rode band. Mijn vader zat voor zijn huisje op een bankje gitaar te spelen en hij zong een van de mooiste Spaanse nummers die ze ooit hebben gemaakt: ‘Malaguena’. Kippenvel!  Ik wist dat ik kon zingen, maar ik had het dus van hem! ’s Avonds trad hij ergens op en  ben ik  mee gaan zingen.

Met mijn moeder en stiefvader heb ik in Ommoord gewoond. Toen mijn stiefvader vertrok, heb ik echte armoede gekend. We hadden  niks. Soms één boterham voor de hele dag. Dat was een vervelende tijd, maar als ik mijn stiefvader belde, hielp hij me wel. Op het moment dat ik een fiets kreeg kon ik weer lekker uit de voeten, naar Katendrecht. Daar kon ik altijd wel bij mensen terecht. Ik was toen 14 jaar, schat ik.

Door mijn echtscheiding in 2009 en een hoge alimentatie kon ik na drie maanden de huur niet meer opbrengen. Nu gaat het fout, dacht ik, en ik heb mijn huis leeggehaald. Ik werd op straat gezet. Het was februari 2010. Tegenover mijn huis was indertijd de opvang van het Centrum voor Dienstverlening. Voorheen dacht ik altijd: wat doen die mensen daar? Maar ik heb er toen zelf ook een paar nachten geslapen.

Dat is wel even een andere wereld, een verborgen wereld. Om het bijbels te zeggen: het was een openbaring.  In de opvang was veel stress en ruzie. Dus toen het in april beter weer werd, heb ik mijn legertentje in de hoge begroeiing langs de Rotte neergezet. Zo was ik onzichtbaar, ik ben nooit ontdekt. Uit mijn legertijd wist ik wel hoe je dat een beetje moest camoufleren.

In oktober werd het kouder. Er moest iets gebeuren. Ik ben toen bij het Leger des Heils binnengestapt. Het was een drempel om er heen te gaan, maar er viel een last van me af toen ze zeiden: we hebben een slaapplek voor je!

Van anderen hoorde ik in die tijd over de Pauluskerk. Ik vroeg  me af of het wat voor mij zou zijn. En het bleek een fantastische oplossing voor overdag en ideaal voor een warme maaltijd.  In de Pauluskerk kun je voor een eurootje warm eten. Ik spreek uit eigen ervaring:  De Pauluskerk heeft de laagste drempel van Rotterdam. Het is toegankelijk, gemoedelijk en de mensen zijn vriendelijk.

Het is natuurlijk positief dat er opvang in de stad is. Je kan er slapen, eten, douchen, maar aan de andere kant is er zoveel stress.  De mensen komen al met stress binnen en dan zitten ze in de opvang ook nog eens veel te dicht op elkaar. Dat geeft ruzies en nog meer stress. En dan gaat iedereen uit zijn dak. Als reactie daarop worden de regels  strenger, maar het menselijke gaat er dan wel vanaf.

Ik heb het ook meegemaakt. Je gedachten en je emoties blijven maar in een cirkeltje doordraaien. Je komt er niet uit.  Als je weer even een plek voor jezelf hebt, dan krijg je een beetje rust van binnen, je kan bijslapen en een beetje normaal nadenken. Ik zie nog steeds mensen op straat die proberen om hun leven weer op te pakken, maar dat lukt ze niet omdat de stress te groot is. Ze gaan er bijna aan onderdoor en overwegen zelfmoord. Psychologische armoede noem ik het!

Met ds. Couvée ben ik op een vrijdagavond eens naar het stadhuis gelopen om te protesteren. Er was 25 miljoen bezuinigd op het armoedebeleid. Dat was een messteek in de rug van daklozen en asielzoekers. Ongekend. Dat protest heeft niet veel uitgehaald. Het was al beslist. Daardoor is er nog meer verval gekomen. Er zijn gewoon opvangplekken te weinig. Ook wordt het probleem groter als je lang moet wachten op een postadres en een uitkering. De instanties krijg je niet altijd te pakken. Als dakloze kan je dan helemaal niet meer functioneren.

Met de gemeenteraadsverkiezingen voor de deur moeten de partijen niet te veel woorden laten vallen, maar overgaan tot daden. Rotterdam moet dit probleem toch kunnen oplossen. Misschien moeten we een vuist maken en de Pauluskerkpartij oprichten!

Zelf woon ik inmiddels bij Havenzicht. Niet meer in de opvang maar in een eigen kamer. Op een gegeven moment kon ik geen stap meer verzetten, ik had jicht, etalagebenen en kreeg er een flinke griep overheen. De straatdokter heeft me geweldig geholpen. Hij  heeft er voor gezorgd dat ik in Havenzicht een eigen kamer kreeg. Er werd een scootmobiel aangevraagd, waardoor ik weer mobiel ben.

Met mij gaat het nu goed, ik heb een uitkering, een woonplek. Morgen gaan mijn laatste tanden en kiezen eruit en krijg ik een kunstgebit en een speciaal bitje, waardoor mijn tong ’s nachts niet meer mijn keel afsluit. Mijn hersenen krijgen nu door de slaapapneu af en toe geen zuurstof waardoor ik altijd hoofdpijn en zware benen heb. In de zomer hoop ik daar van af te zijn.  De volgende stap is dan begeleid wonen, we zijn er al mee bezig. Dat zou geweldig zijn.

Carlos spreekt zich uit op de Dag van de Armoede in de Pauluskerk: