Eric

“Ik wil dat je weet hoe het gekomen is”

“Zodra de zon opkwam, moest ik ervandoor, want anders werd ik verhuurd. Op een dag werd ik pas wakker in Gilze-Rijen!” Maandenlang sliep Eric Blom (56) in een boedelbak. Ruim zes jaar is Eric nu dakloos, en een vaste bezoeker van de Pauluskerk. “Vroeger was ik rijk. Nu mag ik blij zijn als ik voor 40 cent een kop koffie kan kopen.”

Lange tijd genoot Eric van een leven waarin hij niets tekortkwam. “Toen ik nog fotograaf was, leefde ik het goede leven. De hele wereld ging ik over. In die tijd heb ik ook vreselijke dingen meegemaakt, vooral tijdens de Eerste Golfoorlog. Op een gegeven moment kon ik dat niet meer aan. Ik heb m’n apparaten verkocht en ben netwerkspecialist geworden.”

Er schoven wolken voor de zon toen Eriks vriendin een ernstige persoonlijkheidsstoornis bleek te hebben. In de hoop de relatie te redden, zocht hij een huis voor zichzelf in Vlaardingen. “Het was een slecht huis waar van alles aan mankeerde. Het water liep soms langs de muren. Ik ging natuurlijk klagen, en een tijdje later kwam er iemand aan de deur om te vertellen dat ik weg moest wezen.”

Toch bleef Eric in het huis wonen, totdat hij er uit gemept werd. “Die man sloeg al mijn spullen kapot. M’n webcam, laptops, camera’s, alles. Zelf kreeg ik ook een paar flinke tikken.” Vanaf dat moment stond hij op straat. Hij deed aangifte van mishandeling, maar de politie gaf er geen gevolg aan.

Eric logeerde steeds op een ander adres en meldde zich uiteindelijk bij de gemeente voor opvang. Hij mocht wat werk doen in het kader van re-integratie. Maar Eric liet het daar niet bij, hij wilde niet leven als dakloze en vroeg de gemeente om hulp. “De gemeente zei: ‘Zoek een huis, dan betalen wij de borg en een maand huur.’ Ik kwam in een kamer terecht die er niet uitzag, maar ik had tenminste iets.”

Opnieuw kreeg Eric te maken met geweld: “Mijn deur werd ‘s nachts ingetrapt door een agressieve buurman. Hij zei dat ik aan de vriendin van zijn zus had gezeten. Daar bleef ik dus mooi niet wonen. Gelukkig kon ik tijdelijk terecht bij een vriend in de Spaanse Polder. Omdat ik naar een andere gemeente verhuisde, moest ik opnieuw een uitkering aanvragen. Het duurde lang voordat dat rond was, intussen kon ik al twee maanden geen huur betalen. Tot overmaat van ramp beschuldigde de gemeente me van fraude; men zei dat ik vanaf twee adressen een uitkering aanvroeg. Toen kreeg ik helemaal niks meer. Uit pure wanhoop deed ik een beroep op mijn vriendin, maar die bleek getrouwd met haar jeugdliefde.”

Eric sliep maanden lang in een boedelbak bij een benzinestation. Dat was het zwaar: “In de winter waren mijn voeten zo koud dat ik er niet op kon staan.”

Via dominee Dick Couvée kwam Eric terecht bij de Pauluskerk. In de nachtopvang mocht hij niet komen; de wet schrijft voor dat hij daarvoor terug had gemoeten naar waar hij de afgelopen drie jaar had gewoond, en dat was niet Rotterdam.

“’s Ochtends douchte ik bij de Pauluskerk, overdag werkte ik bij openluchtrestaurant A La Plancha, ’s avonds zette een collega me ‘thuis’ af. Bij m’n boedelbak dus.”

Sinds kort woont Eric in een huis van een kennis, die het huis niet verhuurd krijgt vanwege de grimmige buurt waarin het staat. De zoektocht naar een eigen woning geeft hij niet op. Zonder adres en inkomsten bestaan er echter weinig mogelijkheden. Voorlopig werkt Eric bij A La Plancha wanneer het weer dat toelaat. Zijn salaris laat hij op een Duitse prepaid creditcard zetten, want ook een bankrekening openen mag hij niet.

“Ik wil best metro’s schoonmaken of asbest verwijderen, maar dat mogen alleen uitkeringsgerechtigden doen. Ik krijg geen uitkering omdat ik geen adres heb. Maar zonder normaal inkomen kom ik ook niet verder. In principe ben ik illegaal, terwijl ik helemaal niks verkeerds doe. Ik wil alleen maar wonen! Ik wil me niet meer illegaal voelen. Ik wil mijn nieuwe vriendin uit eten nemen. Gewoon leven zoals iedere Nederlander!”

Inmiddels woont Eric in een eigen huis, heeft een baan en gaat het goed met hem.