Kemal Yildiz

De ene eet en de andere kijkt, dat wordt het einde van de wereld. Naar een oud Koerdisch gezegde.

Ik heb twee belangrijke redenen om me bij dit project aan te sluiten.

Allereerst vanwege het menselijke aspect. Ik vind het niet eerlijk dat in Nederland 1 miljoen mensen in armoede leven, terwijl er miljoenen mensen in Nederland niet weten waar ze het geld aan uitgeven, aan lekker eten en drinken of aan een luxe leven.  Mijn menselijke gevoel kan er niet tegen dat mensen met een lege maag naar bed gaan. Of dat zij in de kou staan in de winter. Dat hun kinderen geen speelgoed krijgen, alleen televisie kijken. Dat doet me pijn.

Aan de andere kant heb ik mijn eigen maatschappelijke verantwoordelijkheid. Ik zag een presentatie van een onderzoek van de politie in Amsterdam, waarin werd gezegd dat arme jongeren eerder betrokken worden bij criminaliteit. Arme jongeren zijn namelijk goedkoper voor grote maffiabazen. Daardoor veroorzaakt armoede meer criminaliteit.

In onze maatschappij worden 1 miljoen mensen in armoede buitengesloten en kunnen daardoor niet goed integreren. Zij nemen amper deel aan culturele en sociale evenementen en missen daardoor soms de aansluiting. Uitsluiting veroorzaakt gevoelens van frustratie, woede en zelfs haat. Mijn gevoel voor verantwoordelijkheid kan hier niet tegen.

In het Koerdisch betekent Kiyamet “Het einde der tijden.” Als je niet deelt terwijl er armoede is, dan is dat Kiyamet, de laatste en slechtste dag van de wereld waar alles opgaat in vlammen. Daarom ben ik voor een WARM Rotterdam.”