Nog coördinatieproblemen bij hulp aan arme Rotterdammers

Nog coördinatieproblemen bij hulp aan arme Rotterdammers

De gemeente Rotterdam heeft vorig jaar 3.000 huishoudens geholpen om grip te krijgen op hun schulden. Dat moeten er dit jaar 6.000 worden. Vooral het vinden van Rotterdammers met schulden is een uitdaging, door bijvoorbeeld schaamte en taboe. Daarnaast moet er nog veel veranderen in de manier waarop verschillende afdelingen van de gemeente omgaan met schulden.

Mohamed (28) is van dat laatste een goed voorbeeld. Hij is deze maandag door de gemeente opgetrommeld als ervaringsdeskundige tijdens een persgesprek over de voortgang van de schuldenaanpak. Sinds afgelopen zomer krijgt hij hulp bij het aanpakken van zijn schulden van een ‘trajectbegeleider’ van de gemeente.

Toch werd er vlak voor Kerst beslag gelegd op zijn bijstandsuitkering, nota bene door de gemeente zelf. „Het beslag was juridisch toegestaan, maar het was niet nodig”, erkent wethouder Michiel Grauss (schuldenaanpak, CU). „Ik was heel boos”, zegt Mohamed, „want een beslag kost mij geld en zorgde ervoor dat ik wéér onnodig rood kwam te staan. Bovendien had ik geen geld voor de kerstdagen.”

„We willen sociaal incasseren”, zegt Grauss. „Rekening houden met de persoonlijke situatie.” Maar regelmatig gaat het nog mis. Volgens de wethouder moeten er ook nog volop „bruggetjes worden geslagen” tussen diensten bij de gemeente. „Het doel is dat alle loketten mee gaan denken.”

Grauss presenteerde in maart vorig jaar de aanpak Reset Rotterdam. 60.000 huishoudens in Rotterdam hebben problematische schulden of kans die te krijgen. Gemiddeld hebben zij een schuld van 45.000 euro. Met deze aanpak wil Grauss de schulden van 15.000 huishoudens behapbaar maken. De gemeente trekt daar deze periode 44 miljoen extra voor uit, bijvoorbeeld voor preventie bij jongeren, de oprichting van een ‘perspectieffonds’ (om de schuld van jongeren in een keer af te lossen) en persoonlijke begeleiding.

Ontkennen van probleem

Voor die persoonlijke begeleiding gingen afgelopen jaar veertig zogenoemde trajectbegeleiders aan de slag met Rotterdammers met (problematische) schulden. Op een stress-sensitieve manier, zoals de gemeente het noemt brengen zij de schulden in kaart en begeleiden zij de aanvraag voor de Kredietbank Rotterdam, die onderhandelt met schuldeisers. Dit jaar komen er nog eens 35 begeleiders bij. Armoede betekent rekenen op je sociale netwerk

De trajectbegeleiders zijn actief in de wijken Delfshaven, Charlois, Feijenoord en IJsselmonde omdat hier de schuldenproblematiek het grootst is. Dit jaar komen er nog eens 35 begeleiders bij en wordt deze persoonlijke aanpak ook in andere wijken ingevoerd. De klanten, zoals de gemeente ze noemt, worden doorverwezen door welzijnsinstellingen zoals Humanitas of Pit010. Grauss: „We willen ook samenwerken met sportverenigingen, kerken en moskeeën om mensen met schulden nog eerder te bereiken”, zegt Grauss.”

Volgens Budgetmaatjes 010, dat sinds 2011 Rotterdammers met schulden begeleidt, is dat de grootste uitdaging voor Grauss om zijn doelstelling te behalen.

Mensen met schulden ontkennen vaak dat zij een probleem hebben, of ze denken dat ze het zelf op kunnen lossen, weet Elske Thomassen van Budgetmaatjes010, dat sinds 2011 Rotterdammers met schulden begeleidt. „Daarnaast was het lange tijd lastig om hulp te krijgen bij de gemeente. Dat zingt nu nog steeds rond.” In november begon de gemeente juist om die reden met de campagne ‘Kom uit je schuld’. Met posters op bushokjes, een tram en via posts op social media wil de gemeente Rotterdammers met schulden aanmoedigen eerder hulp te zoeken.

Regiodirecteur Caroline Kolenbrander van welzijnsorganisatie Dock (actief in Charlois) is blij dat de gemeente de rol van welzijnsorganisaties erkent. „Wij zijn aanwezig in de wijk en mensen lopen bij ons naar binnen met vragen. Ook over schulden”, zegt ze. „Daardoor krijgen wij problemen veel eerder in.” Mensen kloppen vaak pas aan bij de vraagwijzer of een ander loket als de schulden al uit de hand zijn gelopen.

Maar er is ook kritiek. De gemeente is groot, benadrukt Kolenbrander: „Het is een opgave voor de gemeente om deze aanpak binnen alle clusters te implementeren.” En dan is er nog de rol van de gemeente als schuldeiser. „In die rol versterkt de gemeente soms de schulden.”

Volgens voorzitter Peter Hoornweg van stichting Veritas, voor budgetbeheer en bewindvoering (vroeger onderdeel van Humanitas), ligt de nadruk bij de gemeente teveel op het oplossen van de schuld. „Ik mis in de aanpak de stabilisering van de schuld. De schuldenaar zo ondersteunen dat er geen nieuwe schuld bij komt. Dan pas kan hij of zij geholpen worden door de kredietbank.” Ook over de trajectbegeleiders is Hoornweg kritisch. „Ze werken heel hard, maar eigenlijk doen ze vrij weinig. Ze pakken de schulden niet aan, maar zetten deze alleen op een rij. En voor hulp in de praktijk verwijzen ze weer door naar de budgetcoach van een welzijnsorganisatie.”

Toch betekende de ontmoeting met trajectbegeleider Ludmila Lopes de Brito afgelopen zomer voor Mohamed een doorbraak. „Tijdens onze tweede afspraak had ik een grote sporttas mee, vol met ongeopende brieven.” Het was een eerste stap om ze te openen en de schulden in kaart te brengen. De Kredietbank Rotterdam is inmiddels voor Mohamed in overleg met schuldeisers voor betalingsafspraken. „Sinds kort heb ik weer een baan, ik hoop binnen 18 of 19 maanden mijn schuld te hebben afbetaald.”

Bron: NRC

Warm Rotterdam

Warm Rotterdam

door Dico de Graaf

Er zitten in Rotterdam heel veel mensen ten onrechte in de bijstand. De bakken staan vol met mensen die wel degelijk iets willen, kunnen én talenten hebben, maar die zonder hulp niet meer aan de bak komen. Niet zelden zijn het mensen die mede daardoor te maken hebben met armoede en schulden.


De beste weg uit armoede is een betaalde baan. Dat blijkt uit alle onderzoeken en dat willen de mensen zelf ook het liefst. De overheid doet niet genoeg aan dit probleem en is daar feitelijk ook niet toe in staat. In plaats daarvan zijn er gelukkig veel sociale ondernemingen die op tal van manieren “mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt” zinvol inzetten.
Roffabriek is het keurmerk voor eerlijk werk. Onder deze naam presenteren zich binnen dit platform een groeiend aantal sociaal ondernemers: Gemaal Op Zuid, Buitenplaats Brienenoordbrug, Tafelvanzeven, Rotterdamse Munt, PlusPunt. Ze doen onnoemlijk goed werk, maar het is een dagelijkse struggle om te blijven bestaan. Er is geen geld, geen overheidssteun en ze drijven op vrijwilligers daar waar professionele support hard nodig is. En de mensen die ze aan het werk stellen, krijgen hiervoor geen loon.


Warm Rotterdam is in 2018 gestart met als doel mensen uit de armoede te halen en de kansen op passend (betaald) werk te vergroten. Het initiatief is gestart vanuit de Pauluskerk maar heeft inmiddels een brede maatschappelijke basis. Meetellen en volwaardig meedoen moet voor iedere Rotterdammer mogelijk zijn. Dan pas mag Rotterdam zich een inclusieve stad noemen.


Als projectleider van de pijler Passend Werk bij Warm Rotterdam is het mijn doel om de connectie te maken met werkgevers die hun nek durven uit te steken en kans willen bieden aan mensen die langdurig in de bijstand zitten maar die wel degelijk talenten hebben. Werkgevers die bereid zijn hun inwerk-en leertrajecten aan te passen op de doelgroep. En die verder kijken dan diploma’s en cv’s. Die durven in te zetten op deze mensen en ze een baan aanbieden die weer kans biedt op economische zelfstandigheid.
Wederzijds profijt: over de voordelen voor de werkgevers gaat mijn volgende blogpost. Ik ben benieuwd hoeveel Rotterdamse werkgevers deze challenge met Warm Rotterdam willen aangaan!