WRR: ‘Overheid overschat financiële zelfredzaamheid burgers.’

Eigen Schuld?

Problematische schulden ontstaan mede doordat de overheid te hoge verwachtingen heeft van de financiële zelfredzaamheid van burgers. Voor veel mensen zijn de regels te ingewikkeld, en bovendien wordt te weinig rekening gehouden met de psychologie van mensen. Het onbedoelde gevolg is dat schuldenaren soms gedwongen zijn nog meer schulden te maken.

U kunt het WRR Rapport hier lezen.
CBS: 'Rotterdam is de armste stad van Nederland.'

CBS: 'Rotterdam is de armste stad van Nederland.'

Eens in de twee jaar verzorgt het Centrale Bureau voor de Statistiek (CBS)  op verzoek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een uitgebreide rapportage over armoede. Rotterdam is de armste stad van Nederland, zegt dit rapport. 15,4% van de Rotterdammers leeft onder de armoedegrens. En meer mensen zijn langdurig arm (langer dan vier jaar). Lees hier het rapport.
 

 

WARM Rotterdam over armoede 2018

Rotterdam is dé stad van de haven, industrie en een sterke dienstensector. De stad levert een belangrijke bijdrage aan de Nederlandse economie. In schril contrast hiermee is het feit dat Rotterdam ook de armste stad van ons land is.
Rotterdam kent een toenemende groep van mensen die in de problemen komen door armoede, met name langdurige en diepe armoede. Daarnaast telt de stad van alle grote steden het minste aantal hoogopgeleiden (circa 29% ten opzichte van ruim 40% in Amsterdam en 51% in Utrecht).
Het aantal mensen met een uitkering is groot, bijna 40.000 nu. Tel daarbij op 144.000 mensen in de bijzondere bijstand. Inmiddels zijn er ruim 7.600 huishoudens die ‘leven van de Voedselbank’. Volgens de Rekenkamer van Rotterdam kampten in 2015 meer dan 100.000 Rotterdamse huishoudens met ernstige schulden. Een kwart daarvan zelfs zo erg, dat de schuld niet meer kan worden afgelost. Steeds meer mensen kunnen ook de almaar stijgende ziekte- en huurkosten niet langer betalen.

“Armoede is geen vervelend ‘logisch’ bijeffect. Armoede is onacceptabel. Armoede hoort niet en hoeft niet. Zeker niet in één van de rijkste landen op aarde.”

Al met al leeft ruim 18% van de Rotterdammers onder de armoedegrens. Dat zijn bijna 120.000 mensen. Een op de vier Rotterdamse kinderen groeit op in armoede. 12% Van de Rotterdammers heeft langer dan 4 jaar een (te) laag inkomen.

Beleid, wet- en regelgeving

Armoedebeleid was een serieus beleidsterrein bij de gemeente tot het huidige college aan het besturen kwam. Leefbaar Rotterdam wilde hier niet langer beleidsaandacht voor en heeft daar binnen de coalitie (Leefbaar, D66 en het CDA) de handen voor op elkaar gekregen. Het moet volgens dit college niet over armoede gaan maar over tegenprestaties voor bijstand en mensen uit de uitkering naar werk leiden (dat er niet voor iedereen is).
Het gemeentebestuur van Rotterdam zette met het huidige college-akkoord en -programma ‘Volle kracht vooruit’ in op de kansrijke bewoners: “Rotterdam is een stad voor stoere mensen”. Die doorzetters met opgestroopte mouwen verdienen en krijgen vanaf nu meer gehoor bij de overheid, zegt het akkoord.
Allerlei voorzieningen werden van een recht steeds meer tot een gunst voor sommigen. De gemeente bezuinigt bijvoorbeeld op de bijzondere bijstand.
Het Fonds Bijzondere Noden schrijft op haar website het volgende: We zien een sterk stijgende lijn in het aantal aanvragen om noodhulp. Bij een aantrekkende economie is dit niet meer verklaarbaar uit marktontwikkelingen en te grote instroom aan nieuwe hulpvragers. Een realistischer aanname is dat dit een symptoom is van het huidige armoedebeleid. Armoede krijgt in Nederland een steeds schraler gezicht. De ruimte voor reserveringen/sparen blijkt bij onze doelgroepen vaak niet aanwezig en is bij schuldsanering zelfs wettelijk afgeroomd.
Warm Rotterdam omarmt de vele, mooie, creatieve en goede initiatieven in de stad die uitgaan van delen, solidariteit en menselijkheid. Tegelijkertijd bepleiten wij een humaan armoede beleid, waarin charitas niet meer noodzakelijk is.
Redactie, Warm Rotterdam

Economieles van Ha-Joon Chang

Economieles van Ha-Joon Chang

Economieles van Ha-Joon Chang

Een lijst van essentiële waarheden over het kapitalisme die je van vrijemarktaanhangers nooit hoort.
Chang maakt meteen duidelijk dat zijn boek geen antikapitalistisch manifest is, maar als constructieve kritiek op het vrijemarktkapitalisme kan dienen om een betere vorm van kapitalisme te kunnen te realiseren. Hieronder volgen 2 van zijn 23 stellingen en de mythes die hij in zijn boek onderuithaalt.

De vrije markt bestaat helemaal niet

De verheerlijking van de vrije markt in de afgelopen jaren is grotendeels gebaseerd op een mythe. Een voorbeeld is overheidsbemoeienis, denk aan protectionisme, subsidies of het steunen van banken en grote bedrijven. De meeste bedrijven uit de private sector zouden daarom eigenlijk niet vrij willen zijn, ongeacht wat er gezegd wordt. Als er werkelijk een compleet vrije markt zou bestaan, zouden we er niet beter op worden. Het zou onder meer betekenen dat regels en wetten met betrekking tot kinderarbeid, immigratie, drugs- en wapenhandel en arbeidsvoorwaarden afgeschaft worden.

Rijke mensen maken de rest niet rijker

De theorie van trickle down economics zegt dat als de rijken rijker worden, de armen daarvan meeprofiteren (de rijkdom zou vanzelf doordruppelen). Dus arme mensen kunnen op de lange termijn alleen rijker worden door de rijken nog rijker te maken. Maar samen met een te vrij marktkapitalisme heeft groeibevorderend beleid ten gunste van de rijken er tussen 1989 en 2006 voor gezorgd dat in de Verenigde Staten 91 procent van de economische groei bij de 10 procent rijkste Amerikanen is terechtgekomen (Economic Policy Institute). Het druppelt dus omhoog, dat is de reden waarom de rijken zo rijk zijn geworden.
Lees hier verder over de economieles van Ha-Joon Chang of kijk naar een aflevering van Tegenlicht 

Rekenkamer: voor veel Rotterdammers is ‘Hulp buiten bereik.’

Conclusies en aanbevelingen uit het rapport

  1. Een belangrijke reden voor het feit dat de gemeente er niet in is geslaagd het aantal inwoners met problematische schulden omlaag te brengen, is dat schulddienstverlening deze inwoners onvoldoende bereikt. In 2015 diende slechts 2.100 (8%) van de ongeveer 27.000 Rotterdammers met problematische schulden een aanvraag in bij de Kredietbank Rotterdam (KBR) voor een schuldregeling.
  2. De volgende factoren dragen eraan bij dat in 2015 slechts 8% van de inwoners met problematische schulden een aanvraag indiende voor een schuldregeling: a. het aanvraagproces is te complex, en b. Deze inwoners hebben veelal individuele professionele hulp nodig om tot een aanvraag voor een schuldregeling te komen, maar krijgen die hulp meestal niet.
  3. Woningcorporaties en waterbedrijf geven signalen door aan de gemeente over inwoners met problematische schulden. De gemeente biedt die inwoner
  4. De gemeente beoogt een integrale aanpak van schuldproblemen, waarin onder meer wordt gewerkt aan gedragsverandering van inwoners met problematische schulden. De gemeente heeft echter niet bewerkstelligd dat uitvoerende organisaties (zoals wijkteams en welzijnsorganisaties) in de praktijk voldoende en adequaat aan gedragsverandering kunnen werken.
  5. De gemeente monitort de resultaten van de organisaties die cliënten naar schulddienstverlening leiden (Vraagwijzer, welzijnsorganisaties en wijkteams) niet of nauwelijks. Hierdoor heeft het college niet of nauwelijks inzicht in deze resultaten en onvoldoende inzicht op welke onderdelen de toeleiding verbeterd moet worden.
  6. Het is te verwachten dat ook het schulddienstverleningsbeleid 2016-2019 weinig zal bijdragen aan het omlaag brengen van het aantal inwoners met problematische schuldproblemen. De factoren die het bereik van schulddienstverlening en een integrale aanpak van schuldproblemen belemmeren, worden namelijk onvoldoende onderkend en/of aangepakt.
  7. Het college heeft onvoldoende gewaarborgd dat adequaat verantwoording kan worden afgelegd over de resultaten van het schulddienstverleningsbeleid 2016- 2019. Zo zijn in het nieuwe beleidsplan geen meetbare doelen en nauwelijks concrete maatregelen geformuleerd en moet de methode om de resultaten te monitoren nog worden ontwikkeld. Het college heeft aangekondigd dat in maart 2017 een uitvoeringsplan aan de raad zal worden gestuurd, maar het is niet duidelijk of dat plan wel meetbare doelen zal bevatten.U kunt hier het rapport lezen.