Anniek helpt logenoten met voorbeeldbrieven

Anniek helpt logenoten met voorbeeldbrieven

Ervaringsdeskundige en schuldhulpverlener Anniek van Emmen werkt aan een Top 10van voorbeeldbezwaarschriften en -klachtenbrieven. Binnenkort komen debrieven op de website van Warm Rotterdam,en kan iedereen die wil er zijn voordeel meedoen. ‘Een goede brief naar de juisteinstantie kan je enorm helpen om stap voorstap uit die ellende te komen’, weet Anniek.

‘In 2020 introduceerde Jurrien Hup, mijncollega-budgetmaatje bij Samen 010, mij bijWarm Rotterdam’, vertelt Anniek. “Misschienis dit netwerk ook wat voor jou”, zei hij. Dathad hij goed gezien. De afgelopen jaren hebik veel ervaring opgedaan metschuldhulpverlening. Via Warm Rotterdamkan ik mijn kennis nu met zoveel mogelijkbetrokkenen delen.’
’Anniek kreeg de afgelopen jaren veel teverwerken. In 2017 kreeg ze de diagnosekanker. ‘Door mijn ziekte raakte ik vervolgensmijn baan bij een grote zorgverzekeraar kwijt.Ik werkte er op de klachtenafdeling’, verteltze. Na haar herstelperiode begon ze aan eenre-integratietraject als vrijwilliger in deschuldhulpverlening. ‘Ik ben nu budgetmaatjebij Samen 010 en schuldhulpverlener inKralingen/Crooswijk, bij wijkgebouw De Bron.En in gevangenis De Schie adviseer ikgedetineerden in het omgaan met schulden.Zo draag ik mijn steentje bij aan hetterugdringen van de armoede in Rotterdam.’

‘Help elkaar, blijf relaxt’

‘Help elkaar, blijf relaxt’

Twintig jaar zette Patricia Loemij zich vanuit de gemeente in voor mensen metsociale problematiek. Totdat ze als gevolg van een incident met een agressievecliënt ziek werd, en niet de steun kreeg die ze nodig had. Langzaam gleed ze af ineen donkere put. Ze weet uit ervaring hoe het voelt om in de bijstand terecht tekomen, een huurschuld op te bouwen en op straat te staan. Maar Patricia vochtterug en krabbelde weer op.

‘Het is nu zo’n tien jaar geleden dat ik naar beneden kukelde. Na een geweldsincident op mijn werk ben ik niet goed opgevangen. Ik kwam in de ziektewet, werd depressief en belandde uiteindelijk in de bijstand. Het ging steeds slechter met me. De gemeente heeft me in de steek gelaten, zo voelt dat. Eerst door me niet te steunen, later door me vier maanden op een bijstandsuitkering te laten wachten. De schulden stapelden op en uiteindelijk raakte ik mijn huis kwijten stond ik op straat. Onwerkelijk hè? Van een prima baan en fijn huis naar een dakloos bestaan. Via de crisisdienst, het Centrum voor Dienstverlening (CVD) en hulp van familie ben ik heel langzaam weer opgekrabbeld. Het was een moeizame weg waarop ik ook mezelf ben tegengekomen. Er zat veel boosheid in me vanwege het onrecht dat me was aangedaan, en vanuit de frustratie om steeds van het kastje naar de muur gestuurd te worden.

Rust
Maar ik wil niet in het verleden blijven hangen. Ik wil kansen creëren en opnieuw beginnen. Van onderaf aan. Sinds 2016 heb ik weer een woning voor mijzelf. Tweejaar daarvóór kwam ik heel toevallig in contact met iemand van de Voedseltuin inDelfshaven. Ik ben daar vrijwilligerswerk gaan doen en dat heeft me vooral rust gebracht: buiten zijn, handen in de aarde, samenwerken met andere mensen. Ik kan er mijn hoofd leegmaken en ik ben een groot fan van de principes van permacultuur die we in de Voedseltuin toepassen: goed zijn voor de aarde, goedzijn voor de mens en delen in overvloed. Zo verbouwen we bijvoorbeeld veelgroente en fruit voor mensen die bij de Voedselbank komen.

Omhoog
De laatste tijd merk ik dat ik de Voedseltuin aan het ontgroeien ben. De tuin richt zich steeds meer op mensen met een Wmo-indicatie. Ik wil graag een nieuwe stap maken. Toch voelt dat nog dubbel. Een aantal jaar geleden heb ik een rechtszaak aangespannen tegen de gemeente. Mijn advocaat claimt letselschade. Zolang die zaak loopt, kan ik het verleden nog niet echt loslaten. Maar ik hoop dat het nu niet al te lang meer gaat duren. In de tussentijd ben ik bezig met een horeca-opleidingstraject bij de stichting Tafel van zeven. Dat is best pittig, maar ik hoop de opleiding binnenkort af te ronden. Het lijkt me leuk om te koken in een sociale setting, een verzorgingstehuis bijvoorbeeld. Dat horeca-papiertje geeft me eenbasis om weer stap voor stap omhoog te klimmen.’

‘Dat ik nu anderen kan helpen, geeft me veel voldoening’

‘Dat ik nu anderen kan helpen, geeft me veel voldoening’

Jurriën Hup (60) kent het klappen van de zweep. Hij kreeg schulden, verloorzijn baan, raakte in een vechtscheiding verwikkeld en kampte met flinkepsychische problemen. Met enige hulp, waaronder een schuldsaneringstraject,wist hij zich weer op te richten. Jurrien kan nu weer genieten van het leven enwerkt als budgetmaatje bij Samen 010. Een organisatie die kwetsbare menseneen handje helpt, totdat ze zichzelf weer kunnen redden. Zo werkt hij mee aaneen warmer Rotterdam.

‘Op mijn eenentwintigste verhuisde ik van Assen – waar mijn wieg stond – naarAlkmaar. Ik ging trouwen, kreeg drie kinderen en werkte dertien jaar lang voorKLM Catering Services. Ondanks het goede salaris dat we samen hadden,raakten we in de schulden. We kochten te veel spullen op afbetaling.Tegelijkertijd liep onze relatie op de klippen. Dat resulteerde in eenvechtscheiding waardoor ik mijn kinderen niet meer kon zien. De schulden ende moeizame relatie met mijn ex-vrouw, braken me psychisch op waardoorwerken niet meer ging en ik meerdere malen op het punt stond een einde aanmijn leven te maken. Gelukkig waren er op het juiste moment mensen in debuurt die me daarvan hebben weerhouden.

Schone lei
Zo’n achttien jaar geleden kreeg ik een nieuwe vriendin en verhuisde ik voorhaar naar de Maasstad. Mijn schulden verhuisden mee, dat wel. Er was geenjuiste instantie voor iemand die meerdere problemen had, zoals ik. Ik had hetgeluk dat de betrokken medewerker van de GGZ mij aanmeldde bij deschuldsanering. Dat scheelde zoveel stress! De vaste lasten wordenautomatisch ingehouden en je krijgt leefgeld voor boodschappen. Vier jaarleefden mijn nieuwe vrouw en ik van zestig euro in de week. Ook met hulp vanmijn schoonfamilie en wat vrienden lukte het ons om na die tijd met eenschone lei te kunnen beginnen. Wat een verademing is dat! Ik geef nu nietmeer om materiële dingen. We geven om elkaar, dat vind ik veel belangrijker.Eens per jaar gaan we uit: asperges eten bij de Wensboom. En af en toe kan iknaar De Kuip. Daar kan ik echt naar uitkijken.

Mijn aanpak
Omdat ik arbeidsongeschikt ben, werk ik nu twee dagen per week alsvrijwilliger bij Samen 010. Mensen met problemen melden zich dikwijls bij deVraagwijzer. Een aantal van hen wordt doorverwezen naar De Kredietbank enik mag ze dan begeleiden. Hoe ik dat aanpak? Ik ga naar de mensen thuis enhoor hun verhaal aan. Om goed te kunnen helpen moet je oog hebben voorhun persoonlijke situatie. Vervolgens gaan we de post verzamelen. Dat depapierwinkel op orde is, is een eerste vereiste. Maar dat doen we heelgeleidelijk.
Post openen hoeft meestal niet direct, we weten toch wel wat er inde brief staat. De tweede keer leggen we de brieven op volgorde. Zo krijgenwe een overzicht van de schuld en de verschillende eisers. Vervolgens neem ikcontact op met de deurwaarders. Vaak zijn de boetes en de rente hoger dande schuld zelf. Ik overleg met de schuldeisers en kijk wat er te regelen valt.Omdat ik precies weet hoe het is om in de schulden te zitten, kan ik demensen goed helpen. Ik weet waarom ze de gordijnen dicht hebben enschrikken als de bel gaat. Maar als je eenmaal orde hebt in de chaos, dan valter echt al een loden last van je schouders. Ook nadat de orde lijkt te zijnhersteld, blijf ik betrokken. Het is belangrijk een oogje in het zeil te houden,want mensen moeten niet terugvallen in een oude gewoonte. En ook voorgoede raad op andere vlakken, ben ik er. Ik ben erg blij dat ik nu anderen kanhelpen. Dat geeft me zoveel voldoening.’

‘Ik ben trots dat ik mijn kennis en ervaring kan inzetten’

‘Ik ben trots dat ik mijn kennis en ervaring kan inzetten’

Strijdbaar, dat is Ellen Abbenhuis. De geboren Nijmeegse heeft tien jaar hard gevochten om door een moeilijke periode te komen. Een echtscheiding, schulden en onder bewind staan. Uiteindelijk heeft ze in de rechtszaal de regie weer in eigen handen genomen. Ze helpt nu anderen met haar kennis en ervaring. Iedereen kan bij haar aanbellen, maar aan pamperen doet ze niet.

‘Daarom ben ik aangesloten bij Warm Rotterdam, om anderen met dezelfde problemen te helpen. Ik weet hoe het is om van de ene in de andere ellende te belanden. Het kan zo snel gaan! Na mijn echtscheiding moest ik mijn huis verkopen. Ik werkte parttime en had twee kleine kinderen. Ik kon het in mijn eentje niet bolwerken en kreeg schulden. Ik heb wel drie bewindvoerders gehad, die mij zouden helpen, maar daardoor werd het alleen maar erger. Ik was zo boos!

Uiteindelijk heb ik voor de rechter mijn verhaal gedaan. Die man luisterde echt naar mij, zonder vooroordelen. Wat een verademing. En omdat ik niet op mijn mondje gevallen ben en mijn boekhouding goed op orde had, zei hij: ‘Jij kan dit allemaal prima zelf’. Yes! In een klap van mijn bewindvoerders af. Ik was weer vrij en voelde mij sterk en strijdbaar. Daarna heb ik alles aangepakt: mijn schuldeisers brieven geschreven en naar de Belastingdienst gegaan. Bleek dat ik spookschulden had en drie jaar huursubsidie was misgelopen. Mede dankzij Stichting Rosa en door zelf niet op te geven heb ik alles rechtgetrokken.

Warm netwerk

Om anderen te helpen met mijn kennis en ervaring doe ik veel vrijwilligerswerk en ben ik vanaf januari betrokken bij Warm Rotterdam. We zijn nu met twaalf ervaringsdeskundigen met ieder een eigen netwerk, verdeeld over verschillende wijken. Iedereen heeft zijn eigen verhaal, maar we begrijpen elkaar. Wij zijn als een olievlek: we breiden ons warme netwerk uit. Plus: we zijn echte aanpakkers. In de groepsapp en via de mail houden we elkaar op de hoogte. We delen informatie, waardoor we mensen met schulden of andere problemen snel kunnen helpen. Iedereen mag bij mij aanbellen. Maar pamperen doe ik niet aan hoor, daar wordt niemand beter van.

Van kastje naar de muur

Het grootste probleem voor mensen met schulden of die in de armoede belanden is, dat ze van het kastje naar de muur gestuurd worden. Er is niet een centrale plek waar je terecht kunt. Nog moeilijker is dat er bij instanties niet geluisterd wordt naar je persoonlijke verhaal. Natuurlijk zijn er verschillende soorten schulden. Je kan boven je stand hebben geleefd. Maar je kunt ook door het lot, echtscheiding of ziekte in de schulden zijn gekomen. Daar moet eerst naar gekeken worden. Daar wil ik mij voor inzetten met Warm.

Naar Den Haag

Doordat ik aangesloten ben bij Warm kom ik op allerlei plekken. Ik voel mij trots om tijdens bijeenkomsten aan tafel te zitten met gemeenteraadsleden en bedrijven. We bespreken de aanpak van schulden en armoede. Die korte lijnen: machtig vind ik dat! Om het zelf te ervaren hebben raadsleden een Challenge gedaan om van vijftig euro per week te leven. Dat is heel mooi: maar zij beginnen met een volle koelkast! Toch worden ze zich bewust van hoeveel stress je dan hebt om te overleven. Dat wil ik graag een keer in Den Haag voor een volle Tweede Kamer zeggen. Het lijkt alsof het goed gaat met Nederland: er zijn meer mensen uit de bijstand, maar dat zijn maar cijfers. Hoe staat het er echt voor met deze mensen?’

Tips van Ellen:

Er moet een boekje komen waarin alles staat over wat te doen bij schulden. Welke stappen je moet zetten, welke organisaties en instanties je goed kunnen helpen. Met een uitgestippelde route, zodat je niet verdwaald en nog verder afglijdt. Dat boekje moet dan overal op te halen zijn. In het Huis van de Wijk, bij de Vraagwijzer en via internet.

Ik weet dat veel mensen met schulden zich schamen en er niet over durven praten. Dat begrijp ik, hoewel ikzelf anders in elkaar zit. Toch raad ik iedereen aan: praat erover, want dat is de eerste stap naar de oplossing.
Je bent niet de eerste, niet de enige en niet de laatste.

Eigen schuld

Eigen schuld

Geschreven door Debby Lost.
Dit is niet haar eigen verhaal, maar een verhaal dat ontstond nadat de schrijfster geïnspireerd raakte door de verhalen van anderen. Een fictief verhaal over iemand die leeft met schulden.

Afgelopen nacht werd ik wakker van een mug….
En toen kon ik niet meer slapen vanwege een olifant.
Ik heb zorgen. Ik heb stress. Ik heb schulden.
Ik vind het moeilijk om te vertellen, maar ik vertel het nu toch.
Niet alleen voor mezelf, maar ook voor anderen.
In de hoop dat u het systeem verandert, in de hoop dat u mij helpt…

Ik heb het al verteld. Ik heb het steeds opnieuw verteld.

Ik heb het verteld in het buurthuis (twee wijken verderop, want ik wil niet dat ze in de buurt weten dat ik m’n geldzaken niet op orde heb). Ik heb het verteld op de school van m’n kinderen. Ik schaamde me kapot, maar mijn dochtertje kan dit jaar niet mee met het schoolreisje naar de Efteling.
Ik heb het verteld bij de voetbalclub van m’n zoontje, waar hij vanaf moet.
Ze willen me wel helpen met de contributie, maar wat dacht je van voetbalschoenen, sokken en scheenbeschermers? Benzinegeld om die kids naar uitwedstrijden te rijden? Snacks uit de voetbalkantine? Voetbalkamp?
Ik heb het verteld bij de gemeente. In zo’n halfopen glazen hok, want de gemeente wil “transparant zijn”. Nou, ik niet, als ik over mijn privézaken vertel. Die ambtenaar had het over “eigen verantwoordelijkheid”, “zelfredzaamheid” en “participeren in de doe-democratie”. De doe-democratie? Doe het lekker zelf zeker! Ze gaan nu vast ook bezuinigen op armoede…. Ik zeg: Mensen met schulden alles zelf laten oplossen, dat is net als memory spelen met demente bejaarden.
Ik heb het verteld bij de belastingdienst. “Leuker kunnen we het niet maken”, zeggen ze. Maar ik zeg: “De Belastingdienst? Geef nooit op!” Ik bel de bereikbaarheidsdienst, krijg ik het antwoordapparaat: “We zijn nu even niet bereikbaar.”

Steeds opnieuw hetzelfde verhaal. Man, ik heb zoveel kastjes en muren gezien, ik zou m’n eigen Ikea kunnen beginnen!

Steeds weer formulieren invullen met steeds weer dezelfde informatie. Dat ambtenaren letters vreten, oké, maar van een simpel iemand als ik verwachten ze ook dat ik alles begrijp en foutloos invul. Want anders is het helaas pindakaas. Dan kom ik onderop de stapel en moet ik alles weer opnieuw invullen. Ik ben grootgebracht op straat, niet gesocialiseerd door de staat. Ik ben geen schrijver. Ik ben een prater. Daarom vertel ik mijn verhaal.
En vraag u:
Help me!
Maak het moeilijker om schulden te maken.
Maak het makkelijker om er weer uit te komen.
Help me!
Laat mensen zoals ik niet verzuipen door al die professionals, loketten, formulieren, ..
Help me!
Geef me één vaste contactpersoon aan wie ik mijn verhaal kan vertellen, die ik kan vertrouwen, die samen met mij orde in de financiële chaos schept!
…En nou hoor ik u denken: “Eigen schuld, dikke bult!”
Ik heb fouten gemaakt, maar ik had niet door dat ik langzaam in drijfzand wegzakte.

Is alles dan mijn schuld?

Ik heb geld van toeslagen gebruikt om kerstcadeautjes voor m’n kinderen te kopen. Alleen moest ik drie jaar later die toeslagen –maal drie- terugbetalen, omdat ik er door een “misrekening” toch geen recht op bleek te hebben…
Ik heb bij de Wehkamp op afbetaling een elektrische kachel gekocht, toen het zo koud was. Toen het regenwater door het lekke dak van mijn huurwoning langs het K3-behang in de kamer van mijn dochter liep. De rekening van de kachel kwam later. Die was ik door de stress vergeten te betalen. Door alle incassokosten is die kachel nu goud waard. Als de deurwaarder nou maar niet straks ook nog die kachel meeneemt…

Ik heb schulden.

Is het mijn schuld dat mijn dochter zich niet onder de stoelen van de bus kan verstoppen, als die terugkomt uit de Efteling?
Is het mijn schuld dat mijn zoontje niet meer mag dromen dat hij Cristiano Ronaldo kan worden, later, als hij groot is?
Is het mijn schuld dat we aan het einde van de maand vaak niks anders eten dan diepvriespatat omdat ik het vertik om naar de voedselbank te gaan?
Is het mijn schuld dat mijn huurhuis tocht en lekt, dat de schimmel op de muren staat en dat mijn energierekening elke maand weer torenhoog is?
Help me! Ik ga langzaam kopje onder, trek me uit dit drijfzand! Verander het systeem!
Of moet ik soms eerst op straat staan met m’n kinderen, met een alleen nog een plastic tasje met een onderbroek en een tandenborstel?
Weet je? Als ik dood ben dan laat ik me wel cremeren, dan heb ik het tenminste ook eens een keertje lekker warm… En dan ben ik eindelijk schuldenvrij.

WARM gesprek met Jaime

WARM gesprek met Jaime

Na 5 jaar te hebben gewerkt in de incassosector, besloot Jaime Jorba Bos dat het anders moest en richtte samen met Jeroen van Amerongen Faircasso op. De missie: Nederland aan het sociaal incasseren krijgen en zorgen dat mensen uit de schulden komen, in plaats van nog dieper in de problemen. Overheid, bedrijfsleven, deurwaarders én incassobureaus, iedereen moet meedoen. Hoe en waarom vertelt Jaime 17 oktober tijdens de workshop ‘Eerlijke Incasso’ tijdens Wereldarmoededag in de Pauluskerk. Hierbij een voorproefje!

Wat klopt er niet aan het incassobeleid?

“Het begint al met een conflicterend belang tussen leveranciers en incassobureaus. Leveranciers, zoals energiebedrijven en woningcorporaties, willen goed betalende klanten. Mensen die niet betalen kosten tijd en geld, daar moet je achteraan. Daar schakelen ze incassobureaus en deurwaarders voor in. Maar de incassosector is er juist bij gebaat dat mensen niet betalen. Anders verdienen ze niks. Stel, je hebt een betalingsachterstand van 1.000 euro. Op het moment dat een incassobureau aan het werk gaat, berekent die 15% incassokosten aan jou door, dat is 150 euro. Maar als de betaling uitblijft en het wordt een gerechtelijke procedure, komt daar zo nog eens 1.000 euro bij. Dus daar sturen sommige incassobureaus en deurwaarders bewust op aan. Veel mensen hebben echter niet één incassobureau achter zich aan, maar wel 14 of 15. Als die allemaal een gerechtelijke procedure starten, is het klaar. Dan kom je er niet meer uit. En de leverancier? Die kan soms 10 jaar wachten op zijn geld door alle hoge kosten, en de klant is hij vaak kwijt.”

Klinkt als big business.

“De incassosector is een industrie van 600 bedrijven met 7.000 medewerkers die jaarlijks meer dan een miljard euro omzetten, wat bijna allemaal nieuwe schulden betreft. Ieder jaar weer. Voor opdrachtgevers rollen de incassobureaus en deurwaarders de rode loper uit, maar voor de schuldenaren doen ze niets. Sterker nog, de sector maakt hun problemen groter. Terwijl ze wel hun geld verdienen aan deze mensen. ‘Hadden ze maar eerder moeten betalen,’ zeggen ze dan letterlijk.”

Jij zegt: zet die incassosector aan de kant.

“Dat zou beter zijn dan zo doorgaan. Dan blijven er wat facturen onbetaald, en er ontstaat wellicht wat chaos, maar het zou een enorm probleem oplossen. Waar het me om gaat, is dat het gewoon niet duidelijk genoeg is wat voor kwaad de incassosector doet. Feitelijk doet ze ook niets verkeerd. Leveranciers worden beschermd tegen wanbetalers door wet- en regelgeving en daar houden de incassobureaus zich aan. Of liever: daar verschuilen ze zich achter. Want inmiddels hebben bijna 2 miljoen Nederlanders serieuze financiële problemen. Het neemt epidemische vormen aan. Dan kun je niet meer zeggen: ik dien mijn opdrachtgever en verder doe ik niks.”

Daarom pleiten jullie voor sociaal incasseren.

“Ja. We moeten af van het principe eigen schuld, dikke bult. In Nederland schatten we de zelfredzaamheid van mensen veel te hoog in. Ze hebben hulp nodig, geen partijen die als hyena’s om hen heen staan om ze hun laatste centen afhandig te maken. Op zich is er goede schuldhulpverlening vanuit de gemeenten. Maar het is heel lastig om mensen te bereiken en ze naar de hulpverlening te krijgen. Mensen zijn bang en hebben weinig vertrouwen in de overheid. Je moet er dus eerder bij zijn, voordat het uit de hand loopt. Als incassobureau heb je eigenlijk de perfecte ingang. Wij vonden daarom dat er een sociaal incassobureau moest komen dat tegen betalingsachterstanden is. Dat is Faircasso. Wij helpen opdrachtgevers hun klanten weer financieel gezond te maken.”

Hoe doe je dat?

“Door huisbezoeken te doen, voordat je iets gaat incasseren. En als het toch tot incasso komt, doe je er alles aan om in contact te komen met iemand. Want uit dat contact komt een verhaal en daaruit vaak een oplossing. Dat kan een passende betalingsregeling zijn, of kwijtschelding, maar liever geen gerechtelijke procedure. We voorkomen niet alleen procedures, maar herstructureren ook de regelingen bij andere schuldeisers, om te voorkomen dat het daar misgaat. Gemiddeld genomen liggen 20-30% van de schulden in Nederland bij de deurwaarder. Bij ons is dat minder dan 2%. Daarmee tonen we aan dat het echt anders kan. De incassotak hebben we ondergebracht in een stichting. Geld dat we overhouden in het incassowerk, vloeit terug naar schuldhulpcoördinatie. Want dat is wat we mensen daarnaast aanbieden. Samen met de persoon in kwestie brengen we zijn of haar financiële situatie in kaart, kijken we wat nodig is en zorgen we dat er hulpverlening komt. Er is veel behoefte aan persoonlijke begeleiding, merken we. Mensen hebben niet langer het gevoel dat ze er alleen voor staan.”

Gaat het lukken met die missie, denk je?

“Heel Nederland aan het sociaal incasseren? Ik denk het wel. Bij de grote partijen in de incassosector is een soort besef aan het groeien dat het anders moet. De intentie is er, helaas maken ze het nog niet waar in de praktijk. Maar we zijn met ze in gesprek, net als met overheidsorganisaties als het CJIB, AFM, ACM, de DUO en opdrachtgevers als duinwaterbedrijf Dunea. Onder andere zorgverzekeraar Achmea en het Rotterdamse energiebedrijf Greenchoice zijn om, daar werken we al voor. En uiteindelijk begint de verandering daar, bij de overheid en de schuldeisers. Als die zeggen tegen de grote incassobureaus: zo gaan we dat niet meer doen, dan moeten ze wel veranderen. We zouden ook moeten toewerken naar een situatie waarin er minder incassobureaus, dus minder schuldeisers zijn. De overheid denkt erover om alle overheidsvorderingen via het CJIB te laten lopen. Dan heb je daar in ieder geval 1 loket. En wij kunnen met z’n allen ook iets doen: meer naar elkaar omkijken. Ik denk dat dat echt nodig is. Mensen zijn eenzaam en schamen zich voor schulden. Samen kunnen we Rotterdam socialer maken. Misschien lastig, maar niet onmogelijk.”