Armoedeplatform Delfshaven: ‘Armoede moet een collectief probleem worden’

Armoedeplatform Delfshaven: ‘Armoede moet een collectief probleem worden’

Warm Rotterdam en De Brede Raad010 zijn door armoedewethouder Enes Yigit gevraagd om de stem van de stad te laten horen. We spraken tientallen mensen die zich via informele organisaties of andere initiatieven inzetten voor mensen die in armoede leven. In deze portretserie geven we hen een gezicht. Waar lopen zij tegenaan en wat hebben zij nodig? In deel 5 spreken we de samenwerkende partners van Armoedeplatform Delfshaven.

Enkele wijken in Delfshaven behoren tot de armste van Nederland. Hier groeit één op de vier kinderen op in armoede. Wat Delfshaven onderscheidt van andere wijken, is dat er een sterk sociaal weefsel is met een aantal trekkers en veel samenwerking. Het Armoedeplatform Delfshaven bestaat uit verschillende mensen en organisaties die in Delfshaven actief zijn op het thema armoede. Naast scholen, CJG, Wmo radar, Vraagwijzer en wijkteam, zijn dat voornamelijk informele partijen. Zo is Sahila el Barkany betrokken bij de Onwijze Moeders en stichting Essajo, regelt wijkpastor Nico van Splunter ontbijt op basisscholen. Carolina Castro en Klaske de Jong proberen mensen aan werk te helpen en Mirjam van Rijn werkt met Team Toekomst in samenwerking met scholen aan een betere startpositie voor kinderen uit de wijk. Leven en werk zijn voor veel (vrijwillige) hulpverleners verweven. Dat zorgt voor een sterke motivatie.

Infrastructuur

Buurthuizen in de wijk zijn van groot belang: hier kunnen mensen elkaar vinden en ondersteunen. Tijdens inloopspreekuren, maaltijden, aanbelacties, kinderclubs en andere activiteiten worden mensen aan elkaar verbonden. Zo ontstaat er een buurtgemeenschap waarin mensen voor elkaar zorgen en doorverwijzen naar professionele zorg.

‘Je moet allereerst investeren in de infrastructuur’, vindt Dennis Lohuis dan ook. Hij werkt voor de Zorgvrijstaat Delfhaven en neemt deel aan het Armoedeplatform. ‘En het moet van de wijk zijn. Samenwerking van informele en formele organisaties is noodzakelijk. Beleid kan niet standaard over de hele stad worden uitgerold, je moet kijken naar wat er al gebeurt in een wijk. Ieder initiatief heeft zijn eigen identiteit en dat moet ook zo blijven. Er moet een netwerkregisseur zijn met een aanjaagfunctie, die uit het gebied zelf komt en vertrouwd wordt door bewoners. Doe het niet alleen. De sleutel zit in ‘we’. Ondersteun partijen die hulp bieden op een manier die werkt.’

Korte lijnen

Er is niet alleen behoefte aan financiële ondersteuning, maar ook aan korte lijnen met instanties en informatie vanuit de gemeente. Het gaat om kennis delen, verbinden, vastpakken en vasthouden voor langere tijd. Het is niet zo dat mensen alleen in armoede leven omdat ze schulden hebben. Het inkomen is doorgaans simpelweg te weinig. ‘Je moet het planmatig aanpakken, het totaal aantal kinderen in beeld hebben en weten wie je helpt’, zegt Mirjan van Rijn van Team Toekomst. ‘We moeten stoppen met zomaar wat proberen elke keer, zonder dat we precies weten of dat gezin die steun nodig heeft. Houd op met al die kleine pilotjes en het zoeken naar gezinnen die hulp nodig hebben. In deze tijd van weinig personeel en stijgende zorgkosten is het nodig dat we op deze manier planmatig werken en bijhouden waar we staan.’

Collectief probleem

Armoede moet een collectief probleem zijn, menen de deelnemers aan het Armoedeplatform. ‘Als armoede het probleem is van mensen in armoede, gaat er nooit wat veranderen.’

Meer lezen?

Lees alles over het Armoedeplatform Delfshaven op hun website.

Download het rapport Gezien, Gehoord en Begrepen worden van Warm Rotterdam.

Download het rapport Code Rood van de Brede Raad010.

Geldzorgen bij jongeren door gebrek aan financiële opvoeding

Geldzorgen bij jongeren door gebrek aan financiële opvoeding

Zodra je 18 wordt, ben je verantwoordelijk voor je eigen financiën. Maar wat als je nooit geleerd hebt hoe je met geld moet omgaan? En je ouders niet genoeg ruimte hebben om bij te springen? Warm Rotterdam signaleert dat een grote groep jongeren in Rotterdam hierdoor in de problemen dreigt te raken. We vroegen de 22-jarige ervaringsdeskundige Mia Nasibdar waar jongeren tegenaan lopen en hoe het beter kan. ‘Verwacht niet dat jongeren op hun 18e spontaan besef van geld krijgen.’                   

Van jongs af aan heeft Mia Nasibdar geleerd dat je voorzichtig met geld moet omgaan. Ze groeide op in een arm gezin. Maar toen vanaf haar 18e ook rekeningen op háár naam op de deurmat vielen, was dat toch even schrikken. Ze had nooit les gehad over geldzaken op school. Ze wist niet precies wat haar te wachten stond en waar ze recht op had. ‘Mijn moeder had me wel geleerd om een DigiD aan te maken en zorgtoeslag aan te vragen’, vertelt ze. ‘Maar dat was niet genoeg om de zorgverzekering te betalen.’

Mia probeerde via school hulp te vragen. ‘Tijdens je schoolperiode bouw je een band met op je mentor, dus die vroeg ik om hulp’, vertelt ze. ‘Eigenlijk werd meteen gezegd dat ik maar een lening moest aanvragen bij de Kredietbank, terwijl mijn moeder me altijd juist geleerd heeft om géén schulden te maken.’

‘Niet serieus genomen’

Bij toeval hoorde Mia van vrienden over de tegemoetkoming scholieren. Dat is een maandelijks bedrag dat de overheid uitkeert aan jongeren vanaf 18 jaar die op de middelbare school zitten. ‘Een paar goede vrienden wisten van mijn lastige financiële situatie en zij vertelden over de tegemoetkoming’, legt Mia uit. ‘Gelukkig wisten zij ervan, want ik had er nog nooit van gehoord! Ik baalde dat mijn mentor meteen voorstelde om geld te lenen voor boeken of een laptop, terwijl er nog een regeling was.’

De tegemoetkoming scholieren gaf tijdelijk verlichting. Toen Mia ging studeren kon ze studiefinanciering aanvragen. Toch liep ze opnieuw vast. ‘Omdat ik mantelzorg voor mijn moeder vond ik mijn studietijd erg zwaar’, vertelt ze. ‘Ik hielp namelijk mee in het huishouden, deed boodschappen en dergelijke. Daardoor had ik niet genoeg tijd en rust om goed te studeren.’

Ze besloot haar decaan om hulp te vragen. ‘Via de gemeente konden we geen hulp in het huishouden krijgen, maar misschien kon de onderwijsinstelling iets betekenen’, zegt ze. ‘Ik werd alleen niet serieus genomen door de decaan. Er werd heel nonchalant gesproken over mijn situatie: “Ga daar maar hulp zoeken.” Ik voelde me niet gehoord en kwam in een bureaucratische cirkel terecht.’

Verantwoordelijkheid van ouders

Mia erkent dat ouders verantwoordelijk zijn voor de opvoeding van hun kinderen, ook de financiële. ‘Alleen kun je het ouders niet kwalijk nemen als ze niet op de hoogte zijn van een regeling’, licht ze toe. ‘De vraag is dus of informatie wel bereikbaar genoeg is voor degenen die het nodig hebben. Voor mensen in armoede is de gemeente vaak een schuldeiser, dus dat is niet een plek waar je makkelijk naartoe stapt om hulp te vragen. Het is niet gek dat mijn moeder niet wist van de tegemoetkoming voor scholieren, maar wel dat docenten, andere medewerkers van school of mensen bij het Jongerenloket het niet wisten.’

Meer aandacht voor geld op school

Meer aandacht voor financiële opvoeding op basis- en middelbare scholen, daar hoopt Mia op. ‘Op school leer je klokkijken, je leert meten, je leert geld tellen, en in het voortgezet onderwijs krijg je economie, maar je krijgt geen les over persoonlijke financiën’, vraagt ze zich af. ‘Ik weet natuurlijk niet of dat op alle scholen zo is, maar bij mij in ieder geval niet. Het zou mooi zijn als les over geld standaard onderdeel wordt van het lesprogramma.’

Geldzorgen en armoede bespreekbaar maken, zowel op school als onder vrienden, is een andere tip van Mia. ‘Jongeren onderling praten niet snel over geld of armoede’, zegt ze, ‘terwijl dat wel meer kennis en begrip zou opleveren. Mijn zusje en ik hebben dan ook meegewerkt aan een handreiking om armoede bespreekbaar te maken. Dit is een soort magazine voor docenten en is te vinden op scholen. Er is ook een lespakket van Young Impact, waar mijn broer en zusjes aan hebben meegewerkt. Zowel jongeren zelf als docenten kunnen dat gratis aanvragen.’

De eeuwige zoektocht naar betaalbare boodschappen

De eeuwige zoektocht naar betaalbare boodschappen

Nauwelijks verse groenten, geen lunch op school of werk en als avondeten diepvriesfastfood: voor mensen die in armoede leven is dit dagelijkse kost. Wie van 50 euro per week moet leven, lukt het vaak al niet om één gezonde maaltijd per dag op tafel te zetten. Laat staan drie. Daarom moeten basisboodschappen voor iedereen betaalbaar worden. Ervaringsdeskundige Monique legt uit waarom. ‘Boodschappen worden écht iedere week duurder.’

De ervaringsdeskundigen van Warm Rotterdam hebben een basisboodschappenlijst opgesteld: een lijst met boodschappen voor drie gezonde maaltijden per dag, basics zoals toiletpapier of wasmiddel en één keer in de week wat lekkers voor ouders en kinderen. Niks bijzonders, maar voor veel Rotterdammers onbetaalbaar. Daarom roept Warm Rotterdam winkeliers op om de (huismerk)producten van deze boodschappenlijst samen nooit meer dan 50 euro per week te laten kosten.

Inflatie

De torenhoge inflatie maken boodschappen voor iedereen vreselijk duur. Maar voor mensen die voorheen nog nét uitkwamen, is het de nekslag. ‘Niet lang geleden kocht je twee volle tassen met boodschappen voor 50 euro, nu nog maar een halve’, vertelt ervaringsdeskundige Monique, die met haar dochter in een appartement in Rotterdam woont. ‘Zelfs de huismerken zijn flink in prijs gestegen. Zo kocht ik een fles cola van een huismerk voor 60 cent, maar nu kost diezelfde fles 1 euro. En iets goedkopers dan het huismerk, dat is er niet. Ik koop nog dezelfde producten, maar dan veel minder.’

Ongezond

Dat ongezond eten goedkoper is dan gezond eten, is Monique een doorn in het oog. ‘Gezond voedsel kun je gewoon niet kopen met leefgeld van minder dan 50 euro per week’, legt ze uit. ‘Twee mango’s kosten al gauw vijf, zes euro. Een zak chips kost een euro. Verse groenten zijn niet te betalen, alleen groenten uit een potje. Daar zitten op zich ook nog wel vitaminen in, maar vers is natuurlijk beter. Ongezonde dingen zijn altijd spotgoedkoop en altijd in overvloed in de aanbieding. Het is belachelijk – junkfood moet gewoon veel duurder worden. En ik kijk altijd wat er in de aanbieding is, maar dat zijn ook vaak ongezonde dingen of producten die ik toch niet gebruik.’

Al zouden aanbiedingen wel interessant zijn, het is niet voor iedereen mogelijk om alle winkels op acties af te struinen. ‘Ik ga naar de supermarkt hier in de buurt’, zegt Monique. ‘Ik zou wel naar een goedkopere supermarkt willen, maar vanwege gezondheidsredenen is dat te ver voor me.’

Oplossingen

Het is uit pure noodzaak, maar Monique wordt wel creatief in de keuken. ‘Spaghetti en frikandellen zijn heel goedkoop, dus daar maak ik – samen met wat restjes groenten en tomatenpuree – een maaltijd van. Of rijst met knakworst, dat is ook een verrassend lekkere combinatie.’

Hoe creatief mensen in armoede ook worden, écht structurele oplossingen zijn het natuurlijk niet. ‘Het belangrijkste is dat de basisboodschappen betaalbaar blijven’, legt Monique uit. ‘Soms eten mensen zelf heel weinig, zodat hun kinderen wél te eten hebben. Gezond eten móet betaalbaar zijn, zodat gezondheidsproblemen zoveel mogelijk voorkomen worden.’

Een verhoging van de leefnorm is wat Monique betreft noodzakelijk. ‘Een alleenstaande heeft minimaal 80 euro nodig’, zegt ze, ‘en een gezin minimaal 200 euro. Die norm moet echt anders. En daarbij moet btw op boodschappen weer naar 9 procent, en op gezonde boodschappen naar 0. En de basisboodschappen, daar zou eigenlijk helemaal geen inflatie op mogen.’

Meer lezen?

De basisboodschappenlijst voor 50 euro per week is wat Warm Rotterdam bepleit als duurzame oplossing voor de aanpak van armoede. Lees meer over duurzame oplossingen van Warm Rotterdam.

‘Je krijgt niets meer dan een stempel’

‘Je krijgt niets meer dan een stempel’

Partnergeweld, chronische ziekte of nooit geleerd hoe je met geld moet omgaan: mensen raken om allerlei redenen in armoede of schulden. Wat de reden ook is, een stigma helpt hen niet verder. Openlijk praten over armoede en begrip hebben voor hun situatie wel. Ervaringsdeskundige Nasrien Nasibdar is de schaamte voorbij en doorbreekt het taboe op armoede.

Naïef, noemt Nasrien haar jongere zelf. Ze ging uit van het goede in de mens, maar kreeg een relatie met een man die niet goed voor haar was. Hij dronk en blowde te veel en mishandelde haar. Zij probeerde te overleven en zo goed mogelijk voor haar kinderen te zorgen. Al snel stapelden de problemen zich op. Ondanks dat ze werkte, lukte het niet meer om de rekeningen te betalen. ‘Er kwamen maatschappelijk werkers en schuldhulpverleners over de vloer’, vertelt Nasrien. ‘Dan krijg je al snel een stempel en dat gaat continu door.’

Uit angst om haar kinderen kwijt te raken, hield ze de instanties zoveel mogelijk op afstand. ‘Als er geweld in huis is, dan ligt de focus al meteen op de kinderen’, zegt ze. ‘Tegelijkertijd werden al mijn meldingen bij 112 niet geregistreerd.’ Gelukkig lukte het Nasrien om haar vriend te verlaten. Ze ontmoette een nieuwe vriend en vond een baan als werkconsulent bij de gemeente. Ondanks haar baan, bleef het financieel lastig voor haar. Collega’s wisten van haar situatie af. ‘Ik kreeg dan wel eens broodjes die over waren, of ik kreeg kleding van een collega’, vertelt ze. ‘Maar niemand hielp met een structurele oplossing.’

Niet als nummer

Daar liggen nog kansen voor werkgevers. ‘Als werkgever moet je streng zijn waar dat nodig is, maar je kan wel als mens met je werknemers omgaan’, zegt Nasrien. ‘Behandel ze niet als sofinummers. Probeer iemand die ziek is bijvoorbeeld niet meteen te ontslaan, maar kijk of er iets anders is wat diegene nog wel kan.’

Want Nasrien verloor haar baan toen ze ziek werd. ‘De artsen gooiden het lange tijd op klachten door de stress, maar ik bleek een auto-immuunziekte te hebben. Ik kon niet meer werken door die ziekte. Mij was beloofd dat ik gemakkelijk kon doorstromen naar de bijstand, maar ik moest alles opnieuw aanvragen.’

Dat kostte tijd en de financiële problemen stapelden zich opnieuw op. ‘Iedereen uit de buurt wist dat we in armoede leefden’, zegt Nasrien. ‘Mensen zagen me in de winter zonder sokken lopen en docenten zagen mijn kinderen op Crocs naar school gaan. Ik mocht gelukkig bij een buurmeisje warm water halen, maar van de rest kreeg je niets meer dan een stempel. Als je een keer mooie sneakers had gekregen via iemand van de Voedselbank, of omdat je een mobiele telefoon hebt, denken mensen meteen dat je boven je stand leeft.’

Open en eerlijk

Nasrien was de boze blikken en opmerkingen zat. Ze begon haar verhaal te vertellen, om te benadrukken dat in armoede leven niet je schuld is. ‘Ik vond het belangrijk om ook open en eerlijk tegen de kinderen te zijn’, legt ze uit. ‘Kinderen voelen je aan, al als ze heel jong zijn, dus beter vertel je gewoon wat er aan de hand is.’

Nasrien en de kinderen deden mee aan bewustwordingscampagnes, kwamen in gesprek met prinses Laurentien, werden geïnterviewd voor tv-programma’s. ‘Daar kwamen hele vervelende reacties op’, zegt ze. ‘Mensen vinden dat ik de vuile was buiten hang, maar praten over iets wat jóu is overkomen is geen vuile was buiten hangen. De reacties op mijn verhaal laten zien dat er nog veel onwetendheid is over armoede. Dat geeft mij kracht om door te gaan.’

Nooit opzet

Niemand raakt met opzet in armoede, dat is de belangrijkste boodschap die Nasrien wil meegeven. ‘Sommige mensen hebben gekke dingen gedaan’, zeg ze, ‘maar wat dan nog? Je weet niet van tevoren hoe slecht iets kan aflopen. Of als je verslaafd raakt, dan zit daar vaak ook een ander probleem achter. Niemand denkt ooit: “Nou, ik ga er eens lekker voor zorgen dat ik in de armoede beland.”’

Met haar verhaal hoopt Nasrien dat anderen de schaamte overwinnen en durven te praten. ‘Niet alleen over armoede, maar over alles’, zegt ze. ‘Je zal mensen over je heen krijgen, maar je situatie is niet jouw schuld. Anderen kunnen niet helpen als ze niet weten wat er speelt. En hoe erg het leven ook tegen zit, hoe graag je de hoop wil opgeven, probeer naar de toekomst te blijven kijken. Op een dag zal er een deur opengaan.’

Meer lezen?

Het creëren van bewustwording en inzicht geven in wat armoede écht is, is een van de pijlers van Warm Rotterdam. Maar een fractie van de mensen in armoede heeft boven de eigen stand geleefd. De meeste mensen raken in armoede of kampen met schulden door externe factoren, zoals scheidingen, ziekte of een baan kwijtraken. Lees meer over onze structurele oplossingen.

Rotterdam slaat terug

Rotterdam slaat terug

Campagne Rotterdam slaat terug tegen armoede Warm Rotterdam laat opnieuw van zich horen in de strijd tegen armoede in onze stad. Dat doen we met ervaringsdeskundigen, talrijke initiatieven en partners. Maar ook met beklijvende campagnes, zoals de 50 Euro Challenge in...