Social media campagne TOBIA van start

Social media campagne TOBIA van start

Door de stijgende prijzen voor boodschappen en energie lopen mensen in armoede vast. Daarom steunen ervaringsdeskundigen en partners uit de stad het voorstel voor een Tijdelijke Overbruggingsregeling Burgers in Armoede (TOBIA). Met een opiniebijdrage in de NRC en de social media campagne TOBIA agendeert Warm Rotterdam de noodzaak tot snel ingrijpen. “Er is een armoedecrisis gaande”, schreef Annemarieke Van Egeraat, directeur van Warm Rotterdam, eerder in de NRC.

Steun bewoners in armoede. Nu!

Steun bewoners in armoede. Nu!

Zoals ondernemers financieel werden gesteund tijdens de coronacrisis, moeten bewoners met geldzorgen nu ook hulp krijgen, bepleit Annemarieke Van Egeraat, directeur van Warm Rotterdam, in de NRC. Iedere burger met leefgeld van 50 euro of minder moet een verdubbeling van dit weekbudget krijgen. „Er is een armoedecrisis gaande.”

Verplaatst u zich eens in de 87.000 Rotterdammers, die el- ke dag wakker worden met fi- nanciële stress. Omdat bood- schappen en energie duur zijn – en nóg duurder worden. In Rotterdam moeten tienduizenden Rotterdammers van minder dan 50 euro per week alle da- gelijkse boodschappen doen. Onze stadge- noten staan op het punt van ‘omvallen’. Zij verliezen hoop en perspectief.

TOZO en NOW
Begin 2020 kwam het vorige kabinet – toen de coronacrisis begon – met financiële regelingen zoals de ‘Tijdelijke overbrug- gingsregeling zelfstandig ondernemers’ (Tozo) om te voorkomen dat bedrijven ‘omv ielen’. Met een simpele aanvraag stond het geld in rap tempo bij bedrijven op de rekening. Een forse investering van het kabinet, die zich ruim terugbetaalde. Door weinig ontslagen en veel innovatie op de arbeidsmarkt. Tozo, én de Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW), bleken bestuurlijk doelmatige instrumenten voor de aanpak van een crisis.

Laten we met de geleerde lessen ook de nieuwe crisis – die van armoede – met zo’n aanpak te lijf gaan. Wij pleiten voor TOBIA: Tijdelijke Overbruggingsregeling Burgers In Armoede. Iedere burger met leefgeld van 50 euro of minder krijgt een verdubbe- ling van dit weekbudget, zolang de crisis duurt. Net als bij de Tozo en NOW staat het geld binnen zes weken op ieders rekening en vindt controle achteraf plaats.

14,6 % Rotterdammers onder de armoedegrens
Op dit moment leeft 14,6 procent van de Rotterdammers onder de armoedegrens. Gelukkig wordt intussen – ook door bonden, politici én werkgevers – erkend dat het wettelijk sociaal minimum te laag is om in de primaire levensbehoeften te voor- zien. Het debat over structurele oplossingen is in volle gang.

Aanhoudende geldzorgen gaan samen met eenzaamheid, schooluitval, oplopen- de spanningen thuis en zich ongelukkig voelen. Die 87.000 bewoners in de geva- renzone zijn geen stadgenoten die ‘een beetje dom’ zijn geweest. Ervaringsdes- kundigen geven al jaren signalen af over de hulpverlening die tekortschiet en onvol- doende deskundig is. De meeste gedupeerden zijn slachtoffer van een doorgaans har- teloze bureaucratie en een prooi voor de schuldenindustrie. Zij zijn alleen komen te staan en daardoor is het wantrouwen tegen instanties bij deze groep toegenomen.

Opknippen van armoede
Het opknippen van armoede, zoals energie-armoede en vervoersarmoede, door beleidsmakers en financiers geeft stress. Hierdoor moeten stadgenoten bij elk loket opnieuw hun ver- haal vertellen en over schaamte heenstappen. Telkens weer andere formulieren invullen. Het water staat je al tot aan de lip- pen en dan moet je voldoen aan wat de bureaucratie vraagt. Dat is sowieso niet eenvoudig in een stad waar de percentages laaggeletterdheid, verstandelijk beperkten

In een enquête hebben we 1.200 Rotterdammers gevraagd wat zij nodig hebben. Opvallend is dat niet als eerste om extra geld wordt gevraagd voor armoede-aanpak. Bewoners vinden het vooral belangrijk dat ze ergens terecht kunnen met vragen en dat wordt geluisterd. Betere hulp- verlening staat dus op de eerste plaats. 92 procent van de ondervraagden vindt dat er in Rotterdam altijd een wethouder voor armoede en schulden moet zijn.

EHBO bij schulden
Carola Schouten, minister voor Armoedebeleid, was bij ons spreekuur onder de indruk van de parate kennis van onze ervaringsdeskundigen. Zij zijn experts, met kennis van wetten, regelgeving en de werking van systemen. Veel Rotterdammers worden door hen geholpen. Zij zijn de EHBO bij schulden.

Er is een armoedecrisis gaande in Nederland. 2,4 miljoen mensen hebben financiële zorgen. Besef van de enorme urgentie én bestuurlijke daadkracht zijn nu nodig om deze crisis te keren. Met de door ons voorgestelde overbruggingsre- geling TOBIA ontvangen burgers directe hulp. Deze aanpak draagt ook meteen bij aan het herstel van vertrouwen in de over- heid. Want veel mensen in armoede beho- ren tot de ‘afgehaakten’ en verwachten nog maar weinig van de overheid.

Annemarieke van Egeraat, directeur Warm Rotterdam

Download het NRC-artikel

Een inclusief werkgever, denkt exclusief

Een inclusief werkgever, denkt exclusief

door Dico de Graaf

Er was eens een internationaal befaamd werkgever, die besloot 20 jaar geleden het roer rigoureus om te gooien. Aanhoudend slechte bedrijfsresultaten waren de aanleiding. Met het personeelsbeleid van het bedrijf was veel mis: reorganisaties, gedwongen ontslagen, een hoog personeelsverloop en ziekteverzuim. Uit diverse onderzoeken bleek een uiterst lage betrokkenheid onder het personeel. Het bedrijf had een een slecht imago. Ondanks de hoge werkloosheid bleven vacatures lastig invulbaar.


Op een zeker moment werd het bedrijf overgenomen door een jonge ondernemer met een vernieuwende kijk op leven en werken. Het bedrijf was er voor de mensen en niet andersom. Werkgeverschap was op de eerste plaats bedoeld mensen gelukkiger en zelfstandiger te maken. Vast werk moest voor eenieder die wilde en kon werken basis bieden voor een welvarend leven. Niemand werd buitengesloten, de mogelijkheid om aan het werk te gaan was er voor iedereen. Maatschappelijk rendement stond boven financieel rendement. Groei van het bedrijf was niet het doel, wel kunnen voortbestaan en van betekenis zijn voor de directe gemeenschap. Deze idealen werden leidraad voor handelen.
Voor het personeelsbeleid introduceerde hij zijn “vijf-punten plan”. Het eerste punt betrof het afscheid nemen van vooroordelen over kansloze werklozen. Naar zijn opvatting was elk mens kansrijk. Geschikt zijn voor de functie was niet de uitkomst van een sollicitatieprocedure. Juist de omstandigheden waaronder en de context waarin een persoon kwam te werken was in zijn ogen van grote invloed op de slaagkans. En hij was van mening dat de werkgever juist hierop de aandacht moest richten. Voortaan zou dit en een sterk persoonsgerichte benadering uitgangspunt van beleid zijn. Mensen met een zogenaamde ‘afstand tot de arbeidsmarkt’ bombardeerde hij tot zijn ‘main target group’. 


Tweede punt. Het klassieke, selectieve instroombeleid ging op de schop. Het bedrijf stond open voor iedereen, juist werklozen werden nadrukkelijk uitgenodigd langs te komen voor een kennismakingsgesprek. Doel was verkenning van de motivatie om bij het bedrijf te gaan werken en beantwoording van de vraag of de werkzoekende ook leerbaar was. Was men in staat te leren en zich te ontwikkelen? Deze ondernemer bemoeide zich nadrukkelijk met werving. Hij wilde zelf elke werknemer persoonlijk leren kennen. Wie is deze persoon, wat is zijn achtergrond, hoe is de thuissituatie, wat is zijn motivatie om bij het bedrijf te komen werken, wat zijn aangeboren talenten, wat is nodig voor een duurzaam dienstverband? Na een besluit tot aanstelling kreeg elke werknemer een uitvoerig introductie- en opleidingsplan.


Als derde punt besloot hij het bestaand personeelsbeleid grondig te herzien. Human resources was bij dit bedrijf, en trouwens ook bij veel andere bedrijven in de praktijk merendeels een fabel gebleken. Kostbare werving en selectieprocedures, functiebeschrijvingen, functiewaardering, competentiemanagement en personeelsbeoordeling werden afgeschaft. Niemand zat erop te wachten en in de afgelopen jaren hadden deze ‘instrumenten’ nauwelijks wat opgeleverd. Dit besluit riep bij het management geen weerstand op. Wel bij degenen die er jarenlang hun bestaansrecht aan hadden ontleend. De personeelsbezetting van deze HRM afdeling werd voor 70% gereduceerd. Alleen de essentiele taken bleven nog over.


Het vierde punt ging over betrokkenheid en motivatie van het personeel. De sleutel hiervoor was oprechte, persoonlijke aandacht voor elk werknemer. Juist ook voor de problemen in de thuissituatie. Hij liet het management trainen in goed luisteren naar wat mensen te vertellen hadden. En vervolgens daarop te kunnen anticiperen. Goed werknemerschap wist hij, zou een resultaat zijn van oprechte en brede interesse en inzet van de kant van de werkgever. Jaarlijks werd er een aanzienlijk sociaal budget ingezet voor flankerende maatregelen die tot doel hadden het sociale leven van de werknemers beter te maken. Louis van Gaal heeft dit later het ‘heel de mens principe’ genoemd. 
Het vijfde punt betrof het investeren in de locale omgeving. Behalve het bieden van werkgelegenheid voor mensen die al lang aan de kant stonden, ging het er ook om vooral beslissingen te nemen die zouden bijdragen aan versterking van bestaande sociale structuren binnen de gemeenschap. 
Wat leverde het op? Het is 20 jaar later en de bedrijfsresultaten blijken adembenemend. De omzet van het bedrijf werd verdrievoudigd, de personeelskosten met 30% gereduceerd. Ziekteverzuim en personeelsverloop waren uiterst laag. De betrokkenheid van het personeel bij de doelen van de organisatie was aanzienlijk beter ten opzichte van andere bedrijven. En door alle positieve berichtgeving werd het imago van het bedrijf er één van internationale allure. 


Ik ben heel enthousiast over het feit dat tal van bedrijven stappen in de goede richting zetten om te komen tot inclusief werkgeverschap. Op tal van plekken zie ik de ‘sparkels’ die kunnen uitmonden in vergelijkbaar succes. Het zichtbaar maken van de goede elementen van inclusief werkgeverschap, het nauwlettend volgen van goede ideeën en het opschalen naar de best practise is waar Warm Rotterdam zich voor inzet. Van incidenten en losse initiatieven, naar een nieuwe werkwijze en een brede beweging van verandering.
In een land waar nog meer dan een miljoen mensen werkloos aan de kant staan, terwijl tegelijkertijd sectoren springen om personeel, is het geen kwestie van alleen maar willen. In een fatsoenlijke maatschappij is dit de norm. Dus laten we in actie komen!

Warm Rotterdam

Warm Rotterdam

door Dico de Graaf

Er zitten in Rotterdam heel veel mensen ten onrechte in de bijstand. De bakken staan vol met mensen die wel degelijk iets willen, kunnen én talenten hebben, maar die zonder hulp niet meer aan de bak komen. Niet zelden zijn het mensen die mede daardoor te maken hebben met armoede en schulden.


De beste weg uit armoede is een betaalde baan. Dat blijkt uit alle onderzoeken en dat willen de mensen zelf ook het liefst. De overheid doet niet genoeg aan dit probleem en is daar feitelijk ook niet toe in staat. In plaats daarvan zijn er gelukkig veel sociale ondernemingen die op tal van manieren “mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt” zinvol inzetten.
Roffabriek is het keurmerk voor eerlijk werk. Onder deze naam presenteren zich binnen dit platform een groeiend aantal sociaal ondernemers: Gemaal Op Zuid, Buitenplaats Brienenoordbrug, Tafelvanzeven, Rotterdamse Munt, PlusPunt. Ze doen onnoemlijk goed werk, maar het is een dagelijkse struggle om te blijven bestaan. Er is geen geld, geen overheidssteun en ze drijven op vrijwilligers daar waar professionele support hard nodig is. En de mensen die ze aan het werk stellen, krijgen hiervoor geen loon.


Warm Rotterdam is in 2018 gestart met als doel mensen uit de armoede te halen en de kansen op passend (betaald) werk te vergroten. Het initiatief is gestart vanuit de Pauluskerk maar heeft inmiddels een brede maatschappelijke basis. Meetellen en volwaardig meedoen moet voor iedere Rotterdammer mogelijk zijn. Dan pas mag Rotterdam zich een inclusieve stad noemen.


Als projectleider van de pijler Passend Werk bij Warm Rotterdam is het mijn doel om de connectie te maken met werkgevers die hun nek durven uit te steken en kans willen bieden aan mensen die langdurig in de bijstand zitten maar die wel degelijk talenten hebben. Werkgevers die bereid zijn hun inwerk-en leertrajecten aan te passen op de doelgroep. En die verder kijken dan diploma’s en cv’s. Die durven in te zetten op deze mensen en ze een baan aanbieden die weer kans biedt op economische zelfstandigheid.
Wederzijds profijt: over de voordelen voor de werkgevers gaat mijn volgende blogpost. Ik ben benieuwd hoeveel Rotterdamse werkgevers deze challenge met Warm Rotterdam willen aangaan!

Kamerleden, probeer het eens: leven van 50 euro per week

Kamerleden, probeer het eens: leven van 50 euro per week

De armoedeproblematiek is structureel. Politici moeten echt iets doen, schrijft Annemarieke van Egeraat, programmaleider van Warm Rotterdam.

Volgens vele reisboekjes én alle inwoners is Rotterdam een stad die je niet mag missen. Maar Rotterdam staat ook hoog op het lijstje ‘armste steden van Nederland’. Er leven ruim 80.000 ­mensen onder de armoedegrens. En één op de vier kinderen groeit lang­durig in armoede op. Onthutsend.

Het armoedebeleid krijgt in Rotterdam binnen het huidige college inmiddels meer aandacht dan voorheen. Maar wanneer merken Rotterdammers die in armoede leven daar iets van? Deze vraag heeft Warm Rotterdam voorgelegd aan de directeur van de Reken­kamer Rotterdam. Het blijkt dat de ­effecten van dit beleid pas over twee jaar vast te stellen zijn. Dat duurt voor Warm Rotterdam veel te lang.

Daarom roepen wij op tot meer daadkracht en urgentie bij politici. In armoede en schulden terechtkomen wordt namelijk mede veroorzaakt door overheden en instituties. We kunnen nee zeggen tegen verdienen aan mensen met schuld. We kunnen het makkelijk(er) maken voor mensen om stapsgewijs vanuit de bijstand betaald aan het werk te gaan. Het wordt tijd dat ­politici en bestuurders zich verdiepen in mensen die in armoede leven. Want onbekend maakt onbemind en dat staat effectieve besluitvorming in de weg.

50 euro, het leefgeld van Rotterdammers in armoede

Om het bewustzijn te vergroten daagde Warm Rotterdam de 45 gemeenteraadsleden uit om een week lang van 50 euro te leven. Dat is precies het ‘leefgeld’ waarvan Rotterdammers in armoede moeten rondkomen. Tien Rotterdamse raadsleden gingen de ­uitdaging aan. Door van weinig geld te ­leven hebben zij nieuwe inzichten opgedaan. Zoals dat slim inkopen veel tijd kost, dat gezonde producten duur zijn en het openbaar vervoer ook. Geen vrienden of familie kunnen bezoeken, dat voelt alleen. Terwijl een sociaal netwerk van overlevingsbelang is. We blijven de raadsleden volgen om te zien wat er gebeurt met deze inzichten.

Voor een succesvolle aanpak van ­armoede moet echter ook Den Haag in actie komen. Daarom roept Warm ­Rotterdam nu alle Tweede Kamerleden op om de ‘50 Euro Challenge’ aan te ­nemen.

Nieuwe inzichten en nieuwe oplossingen zijn hard nodig om de armoedeproblematiek terug te dringen. Ervaringsdeskundigen van Warm Rotterdam bieden de Kamerleden desgewenst een workshop ‘Leven van 50 euro per week’ aan. Zodat over een jaar deze ­Kamerleden niet meer bijdragen aan de groei van armoede in Nederland.

Bron: Trouw